Als ik de afslag Oldambtmeer neem, krijg ik een brok in mijn keel’

      Reacties uitgeschakeld voor Als ik de afslag Oldambtmeer neem, krijg ik een brok in mijn keel’

Terugblik: In de laatste dagen van 2018 graven de verslaggevers van NOS Sport in hun eigen werk: kijk hier de video > om een voor hen gedenkwaardige reportage of bijzonder interview van het afgelopen jaar toe te lichten. Vandaag: Ayolt Kloosterboer, die afwijkt van het protocol en een bijzonder verhaal van tien jaar geleden oprakelt: NK 2009

Het is nog donker als ik ’s ochtends het ijs van de autoruiten krab. Ondanks de kou en het vroege tijdstip ben ik in een goed humeur. Na twaalf slappe jaren ligt er in de winter van 2008/2009 eindelijk weer natuurijs.

Ook de ijszeilers, een select clubje fanaten, kunnen hun geluk niet op. Voor het eerst sinds 1996 kunnen ze weer een Nederlands kampioenschap in eigen land afwerken. De ‘DN’ (type ijszeilboot) heb ik nog nooit in actie gezien. Maar zeilen zit in mijn takenpakket, dus dit onderwerp lijkt geknipt voor mij.

Ik verheug me op schitterende beelden. Cameraman Martien Appelman is een meester in zijn vak. Bovendien neemt geluidstechnicus Ronald Rutten een kleine actioncamera mee om te proberen de snelheid in beeld te vangen. Bijzonder in die tijd.

Ik ben van plan om een kijk-onderwerp te maken. Zonder voice-over; gewoon kijken en genieten. Daar hoort muziek bij. Met een stapel klassieke cd’s op de passagiersstoel rijd ik naar het noorden. Om precies te zijn: naar mijn roots. Dat maakt deze dag voor mij extra bijzonder.

Overgrootvader Klooster-boer

Het NK ijszeilen vindt plaats op het bevroren Oldambtmeer. Precies op de plek waar mijn voorouders generaties lang boer waren. De boerderij is gebouwd op de fundamenten van een voormalig klooster. Toen Napoleon de Nederlanders verplichtte een achternaam te verzinnen, hoefde mijn stapelbed-overgrootvader niet lang na te denken: Klooster-boer.

De boerderij is niet langer in familiehanden, maar staat er nog steeds. Als ik de afslag Oldambtmeer in zicht krijg, kleurt de opkomende zon de lucht oranje. Precies op dat moment klinkt de juiste muziek uit mijn speakers. Händel. Een brok in m’n keel. Dat moet ‘m worden.

IJszeilen blijkt een spectaculaire sport. De ranke bootjes op ijzers jakkeren met soms 100 kilometer per uur over het ijs. Een bonte verzameling mannen heeft zich gehuld in gekke schaatspakken en maffe skibrillen. Spikes onder de schoenen om het ding vanaf de start op gang te duwen.

Het publiek geniet; weinig mensen hebben dit ooit eerder gezien. Het is een droom van een dag. Ik zie boten over het ijs scheren, boven op het land waar mijn opa nog graan heeft verbouwd. Althans, dat probeerde hij. Arme grond. Dat Oldambtmeer, dat mocht er van hem best komen.

Eenmaal terug in Hilversum past de puzzel tijdens het monteren naadloos in elkaar. Soms heb je dat. Het onderwerp is niet typisch Studio Sport. Maar op die romantische dag, toen Nederland voor het eerst sinds lange tijd weer natuurijs zag, kon het.”